Nauwe en lossere contacten
Mensen die je goed kent, bieden context en vertrouwen. Via lossere contacten kun je andere informatie of een introductie krijgen.
Relaties ontwikkelen zich over tijd. Ik houd contact, luister en deel iets wanneer dat behulpzaam kan zijn. Daar hoeft niet direct iets tegenover te staan. Soms blijft het bij een goed gesprek. Op een later moment kun je elkaar misschien verder helpen.
Iets voor iemand doen kan klein zijn: iemand doorverwijzen, twee mensen met elkaar in contact brengen, meedenken of een bijdrage op LinkedIn liken. Als ik zelf hulp of een introductie vraag, leg ik uit waarom. Daarna kom ik erop terug en bedank ik degene die heeft geholpen.
In de loop van de jaren heb ik gemerkt dat de bereidheid om elkaar te helpen groeit. Als ik later een concrete vraag heb, denken mensen vaak mee omdat er al contact is. Andersom probeer ik hetzelfde te doen.
Voor mijn master onderzocht ik in 2003 hoe startende mkb-ondernemers in Arnhem-Nijmegen hun netwerk gebruikten. Ik keek naar directe en indirecte contacten en naar nauwe en lossere relaties. De onderwerpen uit dat onderzoek helpen mij nog steeds om relaties in een netwerk beter te begrijpen.
Sociale netwerkanalyse brengt in kaart wie contact met wie heeft. Daarbij kun je de afstand tussen mensen onderscheiden van de sterkte van hun relatie.
Mensen die je goed kent, bieden context en vertrouwen. Via lossere contacten kun je andere informatie of een introductie krijgen.
Een eerstegraads connectie heb je rechtstreeks in je netwerk. Een tweedegraads connectie bereik je via één tussenpersoon; bij een derdegraads connectie zijn dat er twee. De graad beschrijft de afstand in het netwerk. Hoe goed mensen elkaar kennen, staat daar los van.
Mensen die in meerdere netwerken actief zijn, kunnen een brug vormen tussen groepen die elkaar niet vanzelf ontmoeten. Zij kennen vaak de context en kunnen beoordelen of een introductie passend is. In sociale netwerkanalyse heet iemand met deze brugfunctie een broker; de ontbrekende verbinding tussen de groepen wordt een structural hole genoemd.
Strategisch netwerken begint voor mij met de vraag wat ik wil bereiken en welk netwerk daarbij relevant is. Daarna kijk ik welke warme contacten ik al heb en wie een brug kan vormen naar mensen of organisaties die ik niet rechtstreeks ken. Die voorbereiding helpt me te kiezen welke bijeenkomsten ik bezoek en wanneer LinkedIn voldoende is of een persoonlijk gesprek meer toevoegt.
Vooraf bekijk ik het programma en, als dat bekend is, wie er komen. Ik ga als het onderwerp aansluit of als ik iemand weer eens wil spreken. Het aantal gesprekken is voor mij niet doorslaggevend.
Voor een gesprek bekijk ik wat de persoon of organisatie op LinkedIn heeft gedeeld. Dat helpt me vragen te stellen die beter aansluiten en vervolgens goed te luisteren.
Als ik met iemand bij een organisatie in contact wil komen, kijk ik eerst of iemand uit mijn netwerk die persoon kent. Ik leg uit waarom ik contact zoek en laat de ander bepalen of een introductie past.
Een relatie krijgt ook aandacht wanneer er geen concrete vraag ligt. Na een bijeenkomst kom ik terug op het gesprek, deel ik iets dat aansluit of bedank ik iemand voor hulp of een introductie.
Ik heb contact met studenten, docenten, onderzoekers en mkb-ondernemers. Als twee mensen met een vergelijkbaar onderwerp bezig zijn, kan ik hen aan elkaar voorstellen. De kennismaking kan genoeg zijn; er hoeft geen project uit te volgen.
LinkedIn laat zien wat een persoon of organisatie recent heeft gedeeld. Door het profiel en de tijdlijn te bekijken, krijg ik een beter beeld van de onderwerpen die daar spelen. Die voorbereiding helpt me om gerichte vragen te stellen en beter te luisteren.
AI gebruik ik aanvullend om openbare informatie over de persoon, de branche en de organisatie te ordenen. Het helpt me zien welke onderwerpen in een gesprek aandacht verdienen. Ik controleer de oorspronkelijke bronnen en bepaal zelf wat ik gebruik.
Meer over LinkedIn en AI bij de voorbereiding →Strategisch netwerken betekent dat je relaties tijd en aandacht geeft zonder direct resultaat te verwachten. Je luistert, deelt iets en helpt waar dat past. Een bijeenkomst kiezen, een gesprek voorbereiden of een introductie vragen zijn daar onderdelen van.
Een eerstegraads connectie heb je rechtstreeks in je netwerk. Een tweedegraads connectie bereik je via één tussenpersoon; bij een derdegraads connectie zijn dat er twee. De graad beschrijft de afstand in het netwerk. Hoe goed mensen elkaar kennen, staat daar los van.
Nee. Relaties ontwikkelen zich over tijd. Je houdt contact, luistert en deelt iets wanneer dat behulpzaam kan zijn. Soms blijft het bij een goed gesprek. Op een later moment kun je elkaar misschien verder helpen.
Sociale netwerkanalyse brengt in kaart wie contact met wie heeft. Daarmee kun je zien welke groepen nauw verbonden zijn en waar een verbinding ontbreekt.
Bekijk het volledige overzicht met inzichten over netwerken en netwerkrelaties, of lees verder over een van de onderwerpen hieronder.
Over luisteren, contact onderhouden, iets delen en introducties via anderen.
Bekijk →Over belangen bespreken, afspraken maken en terugkomen op de volgende stap wanneer niemand formeel de leiding heeft.
Bekijk →Over openbare informatie, ontwikkelingen in een branche en vragen die een gesprek helpen voorbereiden.
Bekijk →Op LinkedIn schrijf ik af en toe over luisteren, contact onderhouden, bijeenkomsten en introducties via anderen. Daar kun je ook reageren of een eigen ervaring delen.
Naar LinkedIn arrow_forward